De Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 bepaalt wanneer u een vergunning nodig hebt om te splitsen, samen te voegen of kamers te maken. Een overzicht van de geldende versie per 1 januari 2026.
Kort antwoord
De Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (geldende versie per 1 januari 2026) regelt drie vergunningen die bij splitsen een rol spelen: de vergunning voor woningvorming, de omzettingsvergunning en de splitsingsvergunning. Samen met de omgevingsvergunning voor de bouw bepalen die of uw plan doorgaat.
De belangrijkste regels
- Woningvorming (art. 3.3.10): de oorspronkelijke woning is minimaal 100 m² (200 m² bij een laaggelegen woning). De nieuwe woningen zijn gemiddeld minimaal 40 m² (100 m² bij laaggelegen), elke nieuwe woning is minimaal 18 m² en voldoet aan de geluidseisen.
- Omzetting naar kamers (art. 3.3.7 t/m 3.3.9): werkt met een quotum en loting. De omzettingsvergunning is tijdelijk.
- Splitsingsvergunning (par. 3.4 t/m 3.6): nodig voor panden van vóór 1940 in het werkingsgebied. De vergunning is 1 jaar geldig.
- Termijn: de gemeente beslist binnen 8 weken, eenmaal te verlengen met 6 weken.
- Gebruik: een vergunning voor woningvorming of omzetting moet u binnen 6 maanden gebruiken.
De juiste volgorde
Eerst de omgevingsvergunning (voor de nieuwe huisnummers), dan de vergunning woningvorming, dan de splitsingsvergunning. Alle regels op één pagina vindt u bij Regels Amsterdam.
Bron: Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.
Wat betekent dit voor uw pand?
Doe de splitsingscheck