Kort antwoord
Voor woningvorming heeft u in heel Amsterdam een vergunning nodig. De oorspronkelijke woning moet minimaal 100 m² gebruiksoppervlak hebben (200 m² bij een laaggelegen woning). De nieuwe woningen zijn gemiddeld minimaal 40 m² (100 m² bij laaggelegen) en elk minimaal 18 m².
Dit artikel hoort bij de kennisbank van Splitsingsvergunningen.nl. Alle Amsterdamse regels op één pagina vindt u bij Regels Amsterdam; hoe het volledige traject verloopt leest u bij het traject kadastraal splitsen.
Wanneer is het woningvorming?
Woningvorming is het verbouwen van één woonruimte tot twee of meer woonruimten, of het in die verbouwde staat houden ervan (art. 3.1.1 lid 2 sub d HVV). De vergunningplicht geldt in de hele gemeente. Ook als de verbouwing al heeft plaatsgevonden zonder vergunning, valt het "in verbouwde staat houden" onder de plicht.
De oppervlakte-eisen (art. 3.3.10)
| Eis | Gewone woning | Laaggelegen woning |
|---|---|---|
| Oorspronkelijke woning, minimaal | 100 m² | 200 m² |
| Nieuwe woningen, gemiddeld minimaal | 40 m² | 100 m² |
| Elke nieuwe woning, minimaal | 18 m² | 18 m² |
- Het gebruiksoppervlak wordt gemeten volgens NEN 2580.
- Laaggelegen woning: twee of meer woonlagen, direct toegankelijk vanaf de straat, en een hoogteverschil van maximaal 2,1 meter tussen maaiveld en de vloer van een woonlaag.
- In Oost, Centrum en Zuidoost mag geen woning kleiner dan 40 m² ontstaan. Deze stadsdelen zijn aangewezen omdat het aandeel kleine woningen daar boven het Amsterdamse gemiddelde ligt (Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, art. 3; cijfers 2023). Bekijk woning splitsen per stadsdeel.
- Een externe ruimte die via een gemeenschappelijke verkeersruimte bereikbaar is, zoals een zolder, valt buiten de oppervlakte-eisen (lid 3).
- Een woning die zelf al door woningvorming is ontstaan (vergunning aangevraagd na 31 december 2020), mag niet opnieuw worden gesplitst.
Voorschriften na verlening
- Vanaf ingebruikname voldoen aan de geluids- en kwaliteitseisen.
- Binnen zes maanden na vergunningverlening de feitelijke ingebruikname melden.
- Binnen zes maanden gebruikmaken van de vergunning, anders kan de gemeente haar intrekken.
Aanvraag, termijn en kosten
- De eigenaar vraagt de vergunning aan, per woonruimte of gezamenlijk bij samenhangende, aangrenzende woonruimten.
- Mee te sturen: plattegronden op schaal van elke verdieping met de beoogde wijziging, een situatietekening, de huurpunten (WWS), het huidige gebruik en de bewoners.
- De gemeente beslist binnen 8 weken en mag dat eenmaal met 6 weken verlengen.
- Leges: een vast bedrag per aanvraag volgens de Legesverordening Amsterdam, ook verschuldigd bij weigering.
- Bij verkoop gaat de vergunning van rechtswege over op de nieuwe eigenaar.
Waarom de gemeente kan weigeren
De gemeente kan weigeren als het belang van de woonruimtevoorraad zwaarder weegt, als er een negatief effect op de leefbaarheid is dat niet met voorwaarden op te vangen is, of als de woning onder de opkoopbescherming valt en daarvoor geen ontheffing of vergunning is.
Past uw plan binnen de m²-eisen?
Rekentool woningvorming Amsterdam
Bronnen
Bijgewerkt op 21 oktober 2026. Dit artikel is informatief; aan de tekst kunnen geen rechten worden ontleend.